Haakbib

Dé haakbibliotheek voor iedereen die knuffels haakt

  • Voor links- én rechtshandigen
  • De volledige fotohandleiding per steek of techniek
  • Geschikt voor beginners én gevorderden
  • Altijd direct beschikbaar via haakbib.be

Dit boek is al 29466 keer gedownload!

Introductie

Welkom in onze haakbibliotheek #iedereenaandehaak

De haakbibliotheek

Basissteken

De vaste

Als je naar een vaste kijkt, dan zie je dat er bovenaan een V-tje verschijnt, gevormd door 2 lusjes. Elk V-tje hoort bij één vaste. Als we in de vasten willen gaan haken, dan steken we de naald onder beide beentjes van het V-tje.

Het stokje

Het stokje is een véélgebruikte steek in haakwerk. Alleen… niet zo veel in knuffels. Daarvoor is deze steek te losjes en open. Je zou je vulling doorheen je haakwerk zien. Het wordt wél gebruikt in schelpjes, clusters, bobbels en andere siersteken die je knuffel opsmukken. Dus af en toe kom je hem vast wel een keertje tegen.

Het halve stokje


Het halve stokje is nét wat hoger dan een vaste, maar minder hoog dan een stokje. Het is nog vrij dens en dicht, dus het wordt ook in knuffels nog regelmatig gebruik. Halve stokjes geven, zeker in op- en neergaande rijen, een eigen effect.

Het dubbel stokje


Het dubbel stokje is een erg hoge steek, en wordt vooral gebruikt om hoogte te creeëren.
In variatie kun je ook een drie- of zelfs vierdubbel stokje haken. Het aantal geeft aan hoeveel keer je een omslag moet maken aan het begin van de steek. 

Basistechniek knuffels

De magische ring

Een magische ring is, de naam zegt het zelf, een beetje magisch. Hij zorgt ervoor dat je geen gaatje overhoudt in het begin van je knuffel. De techniek vergt vaak wat oefening, maar hij is het meer dan waard. 

De vaste

Als je naar een vaste kijkt, dan zie je dat er bovenaan een V-tje verschijnt, gevormd door 2 lusjes. Elk V-tje hoort bij één vaste. Als we in de vasten willen gaan haken, dan steken we de naald onder beide beentjes van het V-tje.

Vasten in de magische ring

Na de magische ring, is het tijd voor de eerste toer. Het aantal steken in de magische ring wordt aangegeven in het patroon.

Vasten meerderen

 

Om de omtrek van de knuffel groter te maken, bouwen we eerst op naar een cirkel. Dat doe je door elke toer 6 steken te meerderen. Vanuit die cirkel bouwen we (en hier komt een beetje wiskunde) een parabool. Als je niet meer weet wat dat precies is: geen nood. Zolang je het patroon volgt, komt het goed 😊.

Meerderen is eigenlijk net hetzelfde als zeggen: 2 steken in dezelfde vaste haken.

Vasten minderen

 

Het minderen van vasten in een knuffel doe je net iets anders dan bij een lapje. Bij een knuffel haak je immers niet heen en weer, maar in het rond. Met deze techniek is jouw mindering helemaal onzichtbaar in je knuffel. En dat is natuurlijk wat we willen!

Wisselen van kleur

Wisselen van kleur in amigurumi, het is wat. Omdat je spiraalsgewijs haakt, zal je nieuwe kleur altijd een “sprongetje” maken in je haakwerk. Maar je wil wél dat je ene steek helemaal in de oude, en de volgende steek helemaal in de nieuwe kleur is. Want telkens een steek die niet goed weet wat hij wil, dat is verre van ideaal natuurlijk.

Opnieuw aanhechten

Af en toe moet je opnieuw aanhechten. En dat kan om 2 redenen zijn:

Moet dat omdat je draad op is? Dan doe je dat op dezelfde manier als bij het wisselen van kleur.

Moet het omdat je op een ander punt in je werk opnieuw moet starten, en je dus niet verder haakt op de plek waar je bent gestopt? Dan doe je het op deze manier!

Binnen - vs buitenkant

Een knuffel heeft een binnen- en een buitenkant, een goede en verkeerde kant van het werk.
Heb je een aantal toeren gehaakt? Draai dan je werk eens om. Zie je het verschil? 

Afhechten open einde

Moet het einde open blijven (bijvoorbeeld als je meer dan 6 steken overhoudt en je dit einde moet vastnaaien aan een ander onderdeel), dan is de gemakkelijkste manier om de toer af te sluiten door een halve vaste te haken in de volgende steek, en dan de draad met een losse vast te zetten. De halve vaste wordt in patronen aangeduid als “hv”.

 

Afhechten gesloten einde

Als je nog maar 6 vasten over hebt, wil je je werk helemaal sluiten zodat je ook ter hoogte van het afhechten geen gaatje overhoudt. Je zou een beetje op en neer kunnen naaien, maar er is een eenvoudigere en mooiere techniek om dit voor elkaar te krijgen. 

Draden wegwerken

Om er voor te zorgen dat onderdelen niet loskomen, en de draad onzichtbaar is weggewerkt, doe je dat altijd in 2 richtingen. Op die manier zorg je er voor dat, als er spanning op je werk komt te staan, de draad niet los kan schuiven. 

De rechte steek

Deze manier van werken zorgt ervoor dat de laatste rand van de toer die je vastnaait nog zichtbaar is. Dat is mooi voor bijvoorbeeld vlekken of een neus.

Hij wordt ook wel “matrassteek” genoemd.

De oversteek

Als je 2 onderdelen tegen elkaar moet zetten, waarvan je de rand zo min mogelijk wil zien, gebruik je een oversteek. Denk bijvoorbeeld aan de poten. Daar wil je liever de draad waarmee je je knuffel vastgenaaid hebt achteraf zo min mogelijk zien. Deze steek is een soort van “stiksteek”. 

Basistechnieken

Vasten minderen in rijen

Haak je een lapje, of een stukje van je knuffel in rijen, dan kun je de techniek van het onzichtbaar minderen beter niet gebruiken. Dan zal de mindering net meer in plaats van minder zichtbaar zijn. Vasten minderen in rijen doe je steeds met deze techniek.

Andere steken

De gewone opzetlus

Voor het haken van een lossenketting, begin je met een gewone opzetlus. Die is net een beetje anders dan de magische ring. Er zijn zeer veel manieren om een opzetlus te vormen. Deze techniek brengt je al halfweg de magische ring, en daarom doen wij het het liefst zo!

De kreeftsteek

Draadjes instoppen. We geven toe, het is niet het leukste werkje. Gelukkig kun je dit trukje gebruiken om al een heleboel draadjes weg te werken. Ze hangen zo niet meer in de weg, ze zitten stevig vast en je haakt niet meer per ongeluk met het korte eindje (ja, ook bij ons gebeurt dat wel eens 😉). Kortom, het haken wordt er alleen maar leuker van. 

De reliëfsteken

Reliëfsteken geven volume en diepte aan je werk. De steken kunnen langs voor of achter gehaakt worden. Door ze af te wisselen ontstaat er een geribbeld patroon. 

Noppensteek ( of clustersteek)

Er zijn meerdere manieren om een “bobbel” te creeëren in je haakwerk. De moessteek, bijvoorbeeld, waar ik het in een andere tutorial over heb, maar ook deze noppensteek wordt regelmatig gebruikt om een verhevenheid te creeëren. 

Andere technieken knuffels

Draad meehaken

Draadjes instoppen. We geven toe, het is niet het leukste werkje. Gelukkig kun je dit trukje gebruiken om al een heleboel draadjes weg te werken. Ze hangen zo niet meer in de weg, ze zitten stevig vast en je haakt niet meer per ongeluk met het korte eindje (ja, ook bij ons gebeurt dat wel eens 😉). Kortom, het haken wordt er alleen maar leuker van. 

Wisselen van kleur zonder afhechten

Kleurwissels, dat betekent heel vaak draadjes instoppen. En draadjes instoppen, dat doen we met z’n allen niet zo geweldig graag. Als we het dus kunnen vermijden, dan doen we dat ook. Met deze techniek maak jij een leuke strepenknuffel zonder een heleboel af- en aanhechtwerk.

Bindraad meehaken

Het meehaken van binddraad is een manier om haakwerk te verstevigen, en te modelleren. Het wordt bijvoorbeeld in bloemblaadjes, maar ook in vleugeltjes gebruikt. Het zorgt voor een verbluffend resultaat

Snorharen

Snorharen maken je knuffel helemaal af. Maar hoe zet je ze vast in je knuffel? Want natuurlijk is het ook hierbij belangrijk dat ze goed vast blijven zitten.

Rondhaken op een lossenketting

Rondhaken op een lossenketting wordt gebruikt om een ovaal te creeëren. De lengte van de lossenketting en de manier van meerderen in de toeren, veranderen het model van de ovaal. 

Handleidingen

Gebruiksaanwijzing ballonbal

Deze ballonbal voorziet je van urenlang speelplezier, en hij past zomaar in je tas!
Je blaast de ballon op en klaar is kees. Dankzij het dense haakwerk is hij beschermd en kan hij tegen een stootje. Tijd om naar huis te gaan? Laat de ballon af en stop hem weer weg, voor een volgende keer.
Compact, leuk, licht, snel, efficiënt én geweldig om naar te kijken.